In de afgelopen jaren, nu zo’n 8 sinds ik de diagnose borstkanker hoorde heb ik al heel wat keren met ontkleed bovenlichaam voor artsen, assistenten, commissies, laboranten, etc. etc. gestaan. Altijd weer voor controles en beoordelingen. Artsen moeten voelen. Voelen of er afwijkingen zijn, er hobbels of bobbels of onrustige klieren zich manifesteren. Zorgen dat je borst goed op de plaat ligt voor de mammografie.
Inmiddels ben ik er een soort van aan gewend. Dacht ik. Vandaag had ik mijn jaarlijkse controle bij de radiotherapeut. Ik zie dr. R. ieder jaar. Een fijne arts, met heldere uitleg en straight to the point. Ik kom graag bij haar. Ook omdat zij een vrouw is. Misschien maakt het dat minder lastig dat je weer in je halve nakie in de onderzoekskamer staat. Dit keer had zij een jonge arts in opleiding bij zich. Of ik er bezwaar tegen had dat hij (het was een hij) er ook bij was. Nee, natuurlijk niet. Jonge artsen moeten het vak ook leren. Ik kon mijn gevoel goed uitschakelen, daar in die ziekenhuiskamer. Maar toch, toen ik terug zat in de auto, deed het meer dan ik daar dacht. Weer een vreemde jonge arts die mij moet bevoelen om het vak te leren.

En ik heb er over getwijfeld of ik het hier wel neer moet zetten. Maar ik doe het. Want hier schrijf ik mijn gevoel van me af, goed of slecht gevoel. En jullie mogen weten wat er achter de schermen gebeurt. Hoe rot het voelt. Dat je na de diagnose borstkanker je lijf nooit meer voor jezelf hebt. Want er wordt gevoeld. Om je te controleren. En natuurlijk is het fijn dat ze je in de gaten houden, maar ik merk ook dat ik er een beetje klaar mee begin te zijn. De angst dat de kanker terugkomt blijft altijd sluimerend, maar is niet meer zo aan de oppervlakte als een paar jaar geleden. En ik heb eigenlijk niet zo’n zin meer in vreemde handen aan mijn lijf. Als het niet strikt noodzakelijk is. Ik wil mijn lijf weer voor mij.

Mijn arts gaf aan dat ik in principe de controles mocht beëindigen. Omdat ik een studie zit zien ze me nog wel graag een jaar of 3 a 4 terug, dus ik zij eigenlijk meteen ” ja joh, ik kom volgend jaar weer ! ” Maar eigenlijk… ik twijfel eigenlijk. Dus ik heb nog een jaartje de tijd om er over na te denken. En dan beslis ik of mijn lijf weer een beetje van mezelf wordt.