Gisteren verscheen ik voor het multidisciplinair team in Drachten om te laten beoordelen of ik al dan niet in aanmerking kon komen voor een reductie-operatie van mijn arm. Een heel traject ging er al aan vooraf. In februari 2012 ben ik 3 weken opgenomen geweest om te kijken of ik met conservatieve maatregelen (zwachtelen, oedeemtherapie, oefeningen etc.) mijn arm onder controle kon houden. Na mijn intensieve opname van 3 weken was er “slechts” 200 cc uit mijn arm (op een arm met een volume van meer dan 1000 cc is dat niet een heel denderend resultaat). Ik besloot eerst mijn geluk te beproeven in de periode daarna, maar de klachten nemen de laatste tijd meer en meer de overhand (zie mijn post van november). Het extra gewicht van mijn arm trekt aan mijn schouder en nek en geeft me continu een zwaar en moe gevoel. De wekelijkse bezoeken aan de oedeemtherapeut vreten aan mijn prive-tijd en vragen veel van mijn motivatievermogen.

Nu was het dan zover en werd mijn arm opnieuw bekeken door de heren en dames specialisten. Een team van dermatoloog, fysiotherapeut, lymfeoedeemtherapeut en chirurg bekeken en beoordeelden de situatie, vroegen mij weer het hemd van het lijf en keken of ze “putjes” konden drukken in mijn arm. Conclusie: een arm vol gefibroseerd weefsel. Fibrose is een overmatige toename van bindweefsel in – in dit geval – mijn arm, doordat de afvalstoffen niet goed worden afgevoerd in doordat de okselklieren zijn weggehaald bij de operaties voor borstkanker. Deze fibrose is onomkeerbaar en is de oorzaak van de toename van volume van de arm.

De artsen waren het er al snel over eens dat ik in aanmerking kom voor een zgn reductie-operatie. Een heftige ingreep, dat wel. En wat ik me goed besef is dat de oorzaak niet wordt weggenomen. De chirurg zei het treffend: ik heb levenslang gekregen. Dus ook levenslang iets om rekening mee te houden, en helaas, met oedeem, om ook aktie op te ondernemen. Ik zal mijn leven lang een armkous moeten dragen.

Ik heb er natuurlijk lang over nagedacht, maar nu het echt gezegd is en ik ook meteen op de opnamelijst ben geplaatst voor de ingreep, wordt het toch wel weer spannend. Ik weet nog niet precies wanneer ik aan de beurt zal zijn, maar ik weet wel dat ik me mentaal weer ertoe moet zetten. 2 tot 3 weken ver weg in Drachten, weg van mijn gezin, weg van wat ik liefheb en terug naar ziekenhuisomgeving, een operatie en periode van herstel. In mijn hoofd weet ik dat ik het dubbel en dwars voor over heb, omdat de resultaten ook goed te noemen zijn. Ook de verhalen van een lotgenoot die de operatie heeft laten uitvoeren stemde mij positief. Maar in mijn hart zou ik het graag allemaal achter me laten. Ik ga de komende tijd veel kilometers maken, op en neer naar Friesland voor voorgesprekken, opname en controles daarna. Het is nog een kans op verbetering. En die kans wil ik niet laten liggen.